Verhaal

de razzia

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Op zondagochtend 20 maart 1944 werd in Dedemsvaart tegelijkertijd in drie kerken tijdens de dienst een razzia uitgevoerd. Doelwit waren de jongens die zich onttrokken aan de arbeitseinsatz. Onder de veertien opgepakte jongens was mijn oom Gerard Rijnhart. Hij werd met de anderen afgevoerd naar Durchgangslager Amersfoort. Voor hem een ervaring met levenslange impact.

Mijn grootouders Nico Rijnhart en Mina Pijfers kenden elkaar van kleins af aan. Nico (1898) was de jongste van vier kinderen van bakker Jan Rijnhart en woonde naast de R.K. kerk in Dedemsvaart, waar later slager Koerhuis gevestigd was. Mina (1895) was de zesde van tien kinderen van kalkbaas Garriet Pijfers, de rechterhand van fabrikant Trip. Zij woonden in de bedrijfswoning van Trip naast de kalkovens aan de kalkovenwijk. Nadat de bakkerij van Rijnhart in 1914 was opgedoekt, besloot Nico het schildersvak in te gaan. Mina ging -zoals alle meisjes- na de lagere school in dienstbetrekking. Eerst in Dedemsvaart bij drogist Melenhorst aan de Kalkwijk. Daarna, in 1911 (nog geen 16 jaar oud) naar Zwolle bij een fabrikant in de Kamperstraat en tenslotte in 1914 naar Haarlem, waar ze samen met haar leeftijdsgenoot en vriendin Bets Rijnhart, zus van Nico, in betrekking was. Kort na hun aankomst in Haarlem brak de Grote Oorlog uit.

In 1916 besloot Mina om in de voetsporen van twee oudere zusters te treden, die als religieuze waren ingetreden bij de zusters Dominicanessen. Mina koos voor een andere orde, de Zusters van Liefde in Tilburg. Daar werd zij in 1918 getroffen door de Spaanse Griep, die haar aan de rand van het graf bracht. Om haar herstel te bespoedigen werd ze terug gezonden naar Dedemsvaart en tevens werd haar te verstaan gegeven dat ze misschien maar beter een leven buiten het klooster zou kunnen leven. Terug in Dedemsvaart kreeg ze verkering met Nico Rijnhart.In 1920 trouwde het stel. Ze woonden aanvankelijk in de bakkerij van Rijnhart, waar in 1922 hun eerste zoon, Jan, werd geboren. Kort daarom verhuisden ze naar de overzijde van de Langewijk, waar in 1923 zoon Gerard werd geboren. Daarna trokken ze naar een huurwoning aan de Langewijk, adres E79. tegenwoordig Langewijk 78. Daar werden nog drie zoons geboren, Nico (1925), Joop (1929-1930) en mijn vader Joop (1931).In 1929 kreeg het gezin nog een bijzondere uitbreiding. In 1925 was Mina's jongste zus, de 19-jarige ongehuwde Sientje Pijfers, bevallen van een dochter, Agnes. Het was decennia lang een goed bewaard familiegeheim dat Sientje's zwager, Henk Krisman, de verwekker van het kind was. Sientje werd na de bevalling weggestuurd van Dedemsvaart en zou de rest haar leven als dienstbode en huishoudster in Amsterdam werken. Ze is nooit getrouwd. Agnes bleef bij haar grootvader wonen aan de kalkovens. Het boterde echter niet tussen de oude Pijfers en zijn zoon Gerard die de baan van zijn vader aan de kalkovens had overgenomen. En zo meldde grootvader Pijfers zich in 1929 met Agnes aan de Langewijk. "Ik kom bij jullie wonen". Agnes werd in het gezin opgevoed als dochter en tweelingzus van Nico en pas na de oorlog ontdekte ze zelf dat Nico en Mina niet haar ouders waren.
Het gezin was streng katholiek. Gekscherend werd wel gezegd dat mijn oma, hoewel ze het klooster vaarwel had gezegd, altijd een non is gebleven in haar manier van doen. De kinderen gingen naar de R.K. school van meester Plattel en gingen daarnaast naar Catechismus. 


Op school hoorden de Rijnhartjes niet bij de toppers. Hierboven de laatste klassefoto met Gerard Rijnhart. Hij zou de zesde klas niet halen.Gerard kreeg wel een ander diploma bij het verlaten van de lagere school. Op 1 mei 1938 kreeg hij met een groep leeftijdsgenoten het sacrament van het H. Vormsel, dat in de wandelgangen "het groot aannemen" werd genoemd. Nu moest Gerard aan het werk, eerst als knecht bij een fietsenmaker en daarna als bakkersknecht, waarbij hij op de transportfiets brood moest bezorgen in de wijde omgeving van Dedemsvaart.

Het was niet altijd even gezellig bij het gezin Rijnhart in de jaren dertig. Vader Rijnhart had geen sterk gestel en was regelmatig ziek, waardoor het gezin zonder inkomsten zat. Gelukkig was er wel het pensioen van Opa Pijfers, maar de prijs die daarvoor figuurlijk werd betaald was tamelijk hoog: Opa Pijfers was volgens overlevering behoorlijk dominant en de jongens kregen regelmatig een pantoffel naar hun hoofd. In 1939 overleed opa Pijfers.Een jaar later brak de tweede wereldoorlog uit. Een grote zorg in een gezin met volwassen jongens. Jan werkte als knecht bij slager Harm Holtrust in Balkbrug en Gerard werkte als bakkersknecht bij Chris Harwig aan de Langewijk, hoek Korte Jacht.
Ondanks de dreigingen van de oorlog begon Jan aan zijn opleiding aan de slagersvakschool in Amsterdam. Door de week verbleef hij in Amsterdam en in de weekenden kwam hij naar Dedemsvaart om zijn kleren te laten wassen. Toen in de latere oorlogsjaren de familie in het westen van het land met schaarste te maken kreeg, gebruikte Jan zijn wekelijkse retourtje Amsterdam om vlees en andere behoeften te (laten) bezorgen bij familie in plaatsen als Bussum, Amsterdam en Montfoort.En ook in de oorlogsjaren was er tijd voor ontspanning.

Het is mij niet duidelijk aan welke concrete bevelen in het kader van de Arbeits Ainsatz Gerard Rijnhart zich heeft onttrokken. Hij is nimmer ondergedoken, werkte "gewoon" in de buurt en ging mee naar kerk.

De Razzia


Het was zondag 20 februari 1944. Het had die nacht een graad of drie gevroren, maar het was geen schaatsweer, ondanks de noordoosten wind. De gelovigen van Dedemsvaart verzamelden zich in hun kerken en toen de diensten begonnen waren sloeg het kwaad toe in drie kerken: de Nederlands Hervormde Kerk aan de Hoofdvaart, de Gereformeerde Kerk aan de Langewijk en de R.K. Kerk aan de Langewijk. Plotseling klonk door de kerkbanken: Razzia! Natuurlijk wisten de kerkgangers meteen waar het om ging. De bezetter was op zoek naar mensen die zich onttrokken aan hun gezag. In de Hervormde kerk vluchtten de jongens snel de kerktoren in. In de R.K. kerk vluchtten ze ook naar boven, om zich te verstoppen in de stenen gewelven onder het kerkdak. Maar deze wanhoopspogingen mochten niet baten: geen der gevluchte jongens wist verborgen te blijven. Een twintigtal jongens werd opgepakt, waarvan er 14 naar Amersfoort werden doorgestuurd:

In de Nederlands Hervormde Kerk: Gerrit Deen, Jacob IJmker, Jan Huisman en Herman Roering.

In de Gereformeerde Kerk: Berend Nanning, Johannes Otter, Berend Batterink en Adriaan van der Kooy.

In de Katholieke Kerk: Gerard Rijnhart, Henk Plattel, Jan Jonker, Bonne Renker, Gerrit Dragt en Willem Meuleman.

De meeste jongens waren woonachtig in Avereest. Herman Roering, die werd opgepakt in de Nederlands Hervormde kerk, was een Amsterdammer die was ondergedoken in Dedemsvaart. Herman heeft indertijd een dagboek bijgehouden en RTV Oost maakte een reportage over hem.De veertien jongens zijn -voor zover ik weet- allemaal overgebracht naar het kamp Amersfoort. Een verschrikkelijke plaats, met een strakke organisatie. Daarin paste gestructureerd contact met het thuisfront. En zo stuurde Gerard een week na zijn arrestatie de navolgende brief aan zijn ouders.Lieve ouders en broers. Ik zit hier hoog en droog in Amersfoort, ik maak het goed we zitten mooi met z'n allen bij mekaar 't is er reuze gezellig dus maak u maar niet naar want dat is niet nodig. Ik had wel een ..... brood mee mogen nemen want ik had het al gauw op. Doe de groeten aan allen en zeg maar dat ik het goed maak. Doe ze bij Harwig ook de groeten en die ook maar dat het best naar m'n zin heb. Dat zal Cris ook niet mee vallen dat hij het alleen moet doen. U mag 1 keer in de maand schrijven en dan op een enkel vel aan bijde zijden dus geen 4 kantjes vol want dan komt het niet over. Want ik verlang wel naar bericht en schrijf dan maar veel over de vaart nu de brief is zagjes aan vol nu eindig ik veel groet Gerard.

De brief van Gerard ging vergezeld met een instructie van de kampleiding. Hier zien we dat Gerard het nummer 6953 heeft gekregen.
De brief kwam op zaterdag 26 februari aan in Dedemsvaart, waarop Gerard's ouders meteen reageerden. Moeder Mina hield zich netjes aan de regels, met een brief van twee kantjes...Lieve Gerard,
Zaterdag je brief ontvangen, waarvoor onzen hartelijken dank. We waren allemaal erg blij dat er bericht van je was. En je schrijven was nogal niet erg somber, zoodat we er allemaal van op leefden. 't Eten heeft me zaterdag voor 't eerst weer goed gesmaakt. We hadden wel graag wat meer geweten, o.a. wanner je in Amersfoort bent gekomen, over je werk daar, of je genoeg te eten krijgt, over je ligging enz. Je moet die enkele keer dat je schrijven mag met de ruimte op het papier woekeren en veel schrijven en geen brieven a la Joop Gras. Wel fijn dat jullie bij elkaar zijn gebleven, Vaartsen bij elkaar dat trekt natuurlijk altijd. Henk Vogelzang was één van de gelukkigen die dezelfde avond al weer thuis kwamen.
Maandagmorgen kwam hij direct bij ons. De eerste paar dagen hebben we veel geloop gehad. D'r was veel meeleven. Chris was er zondag al, direct toen we het hoorden. Die jonge die bij v.d.Graaf op 't kantoor is helpt hen nu voort vooreerst; ja alleen maar in 't dorp, na afloop van kantoortijd. Jan had van de schrik al z'n daagse goed vergeten en kwam 's maandags weer thuis om het te halen; hij kon toch ook moeilijk in z'n goeie kleeren werken. Verschillende mensen hadden hem in de bus gezien en toen deed het praatje de ronde: Die jongen van Rijnhart is er weer! En toen kwamen er al mensen
feliciteren. Jammer dat ik ze moest teleurstellen!
De zilveren bruiloft van tante Marie zijn we niet heen geweest we hadden er geen zin in met deze omstandigheden. Van Markstr. en kalkovens zijn wel heen geweest. 't Was er wel gezellig geweest. Gè was er ook. Had 14 dagen verlof. Toone Brummelenbos is overleden, wordt donderdag begraven. Truus ut Bussum is er ook weer een paar dagen geweest ter eere van Joop z'n verjaardag. Toos is gister voor 't eerst bij ons geweest, dus 't is Jan nou gemeend!
Morgen moet Jan naar Amsterdam slachtexamen doen, maar hopen dat hij er door komt. Z'n rapport was, over de eerste helft der cursus, niet zo bijzonder. Naar z'n praten te oordeelen had ik er meer van verwacht. Verleden maandag is Coevorden gebombardeerd. 7 dooden en veel materieele schade. Aan 't Ommerkanaal was ook nog een bom gevallen, vader heeft nog al veel glas moeten zetten. 't Was weer een herrie in de lucht, net als die bewuste zaterdag! 't Is 's avonds nou zoo stil hier. Nou niet door jij zoo'n druktemaker bent maar nou zitten vader en ik zoo stik alleen! Jopie heeft 't nou aan de ruimte boven.
Gister zijn de vasten meditaties begonnen, door een Pater uit Hoogeveen, heel mooi. De brief raakt al weer vol. 'k Zou nog een heleboel kunnen schrijven maar de zekerheid dat de brief eerst door een ander gelezen wordt maakt het schrijven niet gemakkelijker, dan kun je er alles maar zoo niet uit flappen.
We zijn en novene begonnen ter ere v.d. H. Clemens M. Hofbauer 3 weesgegr. en 1 eere zij den Vader. Doe je er aan mee? Nu lieve Gerard ik eindig maar. Blijf braaf en vergeet het bidden niet. Doe onze groeten aan de bekende jongens en wees zelf hartelijk gegroet van de familie Harwig, familie Honshorst, fam. Pijfers, fam. Redder, Jan, Nic, Joop, Agnes (van wie we juist een brief kregen)en vooral van je je liefh Vader en Moeder.

Antoon Honshorst is afgekeurd voor de arbeidsdienst.
Drie weken later kwam er opnieuw post uit Amersfoort.Lieve Vader Moeder en Broers,
Ik maak het heel best en ga volgende week op transport naar Duitschland Hemlichheim dus mooi kort bij maar stuur zo gauw mogelijk een pasfoto van me die zit wel in de portefeul in zo'n zakje bij die andere xxx die bruine daagse jas in de transportbrief schrijf ik het anders wel waar of hem op moet stuuren maar hij moer er een dinsdag wezen dus laat Jan hem in Amersfoort op het station posten zondag dan komt hij altijd op tijd want anders kan ik niet weg. Doe er 2 wit 3 roggenbrood wat boter stukje kaas wat jam en suiker in en sigaretten en sjag met vloei die ik op de bonnen heb gekregen die hebt u toch bewaart want ik smagt naar een stokertje o ja doe er ook een hoed of pet bij niet vergeten hoor en het andere bovengenoemde pak maar tussen de kleeren die bruine koffer is groot genoeg. Gr. Gerard 

Tegelijk met deze brief, of bijna gelijk, kwam de volgende brief mee:Wat in de tweede brief van Gerard opvalt, is dat hij er op aan dringt dat zijn ouders zijn pasfoto op tijd aanleveren, omdat hij anders niet weg mag. Kennelijk heeft hij het in Amersfoort niet zo naar z'n zin. En dat is niet zonder reden! in het Durchgangslager Amersfoort werden gevangen systematisch slecht behandeld, waarbij de kampleiding blijk gaf van een sterk sadistische inslag. Je maag draait zich om als je de ooggetuigenverslagen hoort of leest. De meest beruchte namen zijn die van commandant Karl Peter Berg en hoofd administratie Joseph Kotälla. Zo had Kotälla de uiterst sadistische gewoonte om een gevangene onverhoeds vol met zijn laars in het kruis te schoppen, met levenslange invaliditeit tot gevolg. Ook Gerard Rijnhart werd slachtoffer van Kotälla. In zijn geval belandde de beruchte laars vol op de onderrug van Gerard. Het werd een blijvende zwakke plek. In de brief aan zijn ouders repte Gerard natuurlijk met geen woord over het voorval. Maar het was duidelijk dat hij snel uit het kamp wilde vertrekken.bovenstaande foto is van de Rozentuin. Het was een smal stuk grond met aan alle kanten prikkeldraad en werd vooral berucht als strafplaats.
De gevangenen moesten daar in weer en wind, uren, soms zelfs dagen, blijven staan. 
De naam rozentuin was een spotnaam: de gevangenen stelden zich de punten van het prikkeldraad voor als rozen, een teken van hoop.

Gerard's pasfoto werd keurig voor dinsdag in het kamp afgeleverd. Het was nodig voor het "Entlassungsschein".De tewerkstelling van Gerard in Duitsland werd geregeld door het Gewestelijk Arbeidsbureau te Amersfoort. De administratie ziet er perfect uit.Bij zijn tewerkstelling ondertekent Gerard een machtiging waarmee zijn salaris direct wordt doorgesluisd naar het arbeidsbureau, opdat daarmee zijn reiskosten worden afbetaald...Tenslotte is er dan de transportlijst, waar we zien dat Gerard als "Einzelfahrer über Oldenzaal" naar zijn bestemming bij Nordhorn is gebracht. Ongetwijfeld een kostbaar ritje!In Duitsland werden de administratieve puntjes op de i gezet. Zo kreeg Gerard een Arbeitskarte. Hierop zien we dat Gerard te werk werd gesteld bij landbouwer Gerrit Bouwer, in Osterwald No 25.Osterwald is een kleine buurtschap n\ten noord-oosten van Neuenhaus in de Grafschaft Bentheim, inderdaad niet ver van Nederland.In de spullen van Gerard vond ik ook een verklaring van Gerard's werkgever, landbouwer Gerrit Bouwer. Deze is geschreven in het zogenaamde Sütterlin handschrift, dat tussen 1920 en 1935 als standaard in Duitsland werd ingevoerd. Weliswaar liet Hitler het schrift in 1941 verbieden, maar de generatie die er mee was opgegroeid, ging er vanzelfsprekend mee door.Om in Duitsland te mogen verblijven, moest Gerard over een paspoort beschikken. Dat werd snel geregeld en op 13 april 1944 uitgereikt. Gerard liet daartoe een pasfoto maken, waardoor we weten dat hij zoals alle gevangenen in Amersfoort was kaalgeschoren. Zijn gezichtsuitdrukking spreekt boekdelen...

Hoe lang Gerard in Duitsland heeft verbleven, is mij nog niet duidelijk geworden. Maar het was niet lang. Vermoedelijk is hij in de loop van mei al naar huis terug gekeerd, waarschijnlijk omdat hij met zijn kapotgeschopte rug helemaal niet in staat was om werk te verzetten op de boerderij. Eind mei was hij in elk geval in Dedemsvaart, waar hem een bewijs van nederlanderschap werd uitgereikt. Hij gebruikte dezelfde pasfoto.

Een laatste stille getuige van Gerard's verblijf in Duitsland is een tweetal treinkaartjes. In de kaartjes is in relief een datum leesbaar. Op het linker kaartjes lees ik 28 maart 1944, dat is voor Gerard's vertrek uit Amersfoort. Op de rechter lees ik 30 mei 1944. Dan zou Gerard ook na 25 mei nog weer terug in Duitsland zijn geweest.tegelijk met zijn bewijs van Nederlanderschap kreeg Gerard ook een nieuw persoonsbewijs uitgereikt.en de bijbehorende distributie stamkaart, waarop werd bijgehouden welke distributiebonnen waren uitgereikt.Bij de spullen van Gerard vond ik ook deze mooie foto. Bijzonder is de stempel op de achterzijde: de foto is van een atelier in de Kalverstraat te Amsterdam en de datum is 4 juli 1944. Het lijkt er op dat Gerard dus weer officieel in Nederland was en vrij was om te reizen, net als broer Jan. Kijkend naar zijn haar, dan zien we dat het een stuk korter is dan op de foto op zijn entlassungsschein. Vermoedelijk krijgt Gerard hier zijn haardos weer terug. En ook het licht in zijn ogen lijkt terug te zijn.Na terugkeer in Dedemsvaart heeft Gerard diverse werkzaamheden uit moeten voeren in het kader van de arbeidsinzet, getuige onderstaande opdrachten en ausweis documenten.

Bevrijding


En dan komt eindelijk de bevrijding, in april 1945. 

Gerard stopt alle documenten die herinneren aan deze vreselijke periode in een kistje. Daarbij bewaard hij ook een tweetal etiketten die op de kleding in Amersfoort moest worden gedragen, opdat de kampleiding op elk moment kan zien welke "haftling" ze voor zich hebben.

En ze leefden nog lang en gelukkig...

 

Nou... met enige kanttekeningen!

Gerard bleef zijn leven lang problemen houden met zijn rug, waardoor hij van tijd tot tijd niet in staat was te werken. Uiteindelijk kreeg hij ook een blijvend invaliditeitspensioen op basis van de erkenning als oorlogsslachtoffer. Gerard sprak niet veel over zijn ervaringen in kamp Amersfoort, waarschijnlijk ook omdat hij niet veel luisterend oor vond binnen de familie. Het past in het algemene beeld van de "terugkeerders": je moet niet zeuren maar aanpakken.

Gerard werkte vanaf 1949 als kachelsmid, later loodgieter, bij smid Gerrit van Wilpe in Dedemsvaart. Daar vierde hij in 1974 z'n 25-jarig jubileum. Gerard is altijd vrijgezel gebleven en is bij zijn ouders blijven wonen. In 1956 kocht hij met zijn broer Joop de woning van buurman, SPAR-kruidenier Hendrik Froeling, die een nieuw woon/winkelhuis had laten bouwen op de hoek van de Langewijk en de Kalkovenwijk. Ze kregen de benodigde hypotheek van 6.000 gulden onder de voorwaarde dat twee tantes zich borg stelden. Die tantes op hun beurt waren daartoe bereid onder de voorwaarde dat zij hun oude dag in dit huis zouden kunnen slijten. De ene tante, Bets, overleed voor haar pensioen. De andere, Anna, kwam in 1959 daadwerkelijk naar Dedemsvaart en sleet hier haar oude dag, samen met Gerard en zijn ouders.

Al vroeg in de jaren '50 beschikte Gerard over een auto. In de vakanties werden Duitsland, Luxemburg en Belgie verkend.

In 1966 kochten Gerard en Joop een casco zeilboot, die ze zelf afbouwden tot kajuitzeilboot.

De boot werd in het voorjaar van 1967 bij scheepswerf Peters in Dedemsvaart te water gelaten. De Dedemsvaart was inmiddels gestremd bij Balkbrug, maar via Coevorden kon de boot naar haar thuishaven in Wanneperveen worden gebracht. Een tiental jaren van watersportplezier volgden. 

Na het overlijden van vader Rijnhart in 1977, kwam Gerard "uit de kast". Ineens was duidelijk waarom hij altijd vrijgezel was gebleven. In de jaren '80 werd Gerard, inmiddels arbeidsongeschikt en bij huis, heel actief in de homo-beweging COC, afdeling Meppel. Daar bouwde hij een grote vriendenkring op en hij ging mee naar scholen om voorlichting te geven over homosexualiteit. Zijn openheid over zijn geaardheid werd binnen de familie met gemengde gevoelens ontvangen, maar na verloop van tijd werd het "gewoon". In 1889 vierde Gerard z'n 65e verjaardag, waarbij zijn COC-vrienden voor de eerste maal werden "gemixed' met de familie. Dat pakte heel goed uit.

In 1992 overleed Gerard plotseling tijdens een vakantie in Indonesie. Hij was daar samen met broer Nico, die in 1947 met veel landgenoten in Nederlands Indie was ingezet en die nu met Gerard een down memory lane trip maakte. Tijdens het zwemmen voor de kust van Lombok moet Gerard onwel zijn geworden, waarop hij overleed. Hij is in Lombok gecremeerd en Nico bracht na de crematie asresten mee, die na een uitvaartdienst met alle vrienden en bekenden zijn bijgezet in het graf van zijn ouders.

Reacties