Verhaal

De laatste commandant van de Ommerschans

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

In de depots van het Drents Archief ligt een enorme schat: het archief van de Maatschappij van Weldadigheid.

In 1818 opgericht door Johannes van den Bosch met een geniaal business model: De welgestelden van Nederland betalen een dubbeltje per week en in ruil daarvoor houden we de armoedzaaiers en bedelaars uit de buurt en proberen we hen te heropvoeden. In 1818 werd als proef bij het Drentse Vledder de kolonie Frederiksoord gesticht en al snel werd de formule uitgerold over een groot gebied op de grens van Overijssel, Friesland en Drenthe, tussen Steenwijk en Appelscha. Hier verrezen honderden karakteristieke woninkjes waarin meest gezinnen werden geplaatst uit het gehele Koninkrijk. Ze kregen een lapje grond en een kleine veestapel en een duidelijke doel: leer jezelf te bedruipen en te gedragen.

De ligging van de vrije koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid
 

Al snel ontstond de behoefte om naast deze vrije koloniën ook gestichten op te richten waarin bedelaars en wezen konden worden ondergebracht. De eerste lokatie die hiertoe werd aangewezen was de vervallen Ommerschans, aan de weg van Ommen naar Hoogeveen, even ten zuiden van de nieuwe vaart van de heer van Dedem, die daar acht jaar eerder was aangelegd en waardoor nu dagelijks scheepsladingen turf -het zwarte goud- werden afgevoerd naar de Zuiderzee.

Die Ommerschans was een 17e eeuws verdedigingswerk, als zodanig nimmer succesvol, dat in 1742 was omgebouwd tot een fraaie vesting die dienst deed als opslagplaats voor munitie, 's Lands Magazijn. Als zodanig was het in gebruik tot het einde van de Franse bezetting. Daarna werden er met enige regelmaat militaire oefeningen gehouden en in 1819 kreeg het een nieuwe bestemming, waarmee haar naam in Nederland een begrip zou worden.

Auteur Wil Schackmann heeft inmiddels drie boeiende boeken over de Maatschappij van Weldadigheid op zijn naam staan. Ze geven een prachtig inkijkje in de organisatie van de Maatschappij en het wel en wee in de kolonieën en gestichten. In de boeken figureren de bewoners, sommige in een enkele zin, andere een hoofdstuk lang, enkele met naam en toenaam en velen zonder naam. De stijl van Schackmann nodigt uit om met het boek in de hand de archieven in te duiken en de verhalen verder uit te bouwen.

In het tweede boek, "de bedelaarskolonie" uit 2013, beschrijft Schackmann de eerste jaren van de Ommerschans. Zo maakt Johannes van den Bosch na zijn eerste bezoek aan de Schans melding van “mejuffrouw de weduwe van den Bergh wiens man jaren lang het commando op de schans gevoert heeft en welke weduwe thans noch aldaar woonachtig is”. Schackmann meldt een hoofdstuk later dat hij van de weduwe niets meer heeft gehoord.

Deze mededeling zag ik als een impliciete uitnodiging aan de lezer om “mejuffrouw de weduwe” op te sporen. En dat bleek niet zo moeilijk!

Eerst even een aanwijzing aan de lezers van dit verhaal: op tal van plaatsen is de tekst onderstreept. Door hier te klikken springt U direct naar een bron op Internet waar U nadere informatie over dit punt vindt. Op deze wijze maakt U kennis met de enorme schat aan informatie op Internet. Om terug te keren naar dit verhaal gebruikt U de navigatieknop (meestal een pijl naar links) in de navigatiebalk van uw internet browser. Een aantal links verwijzen naar de website Familysearch.org in Salt Lake City, waar de scans van nagenoeg alle actes uit de Burgerlijke Stand in Nederland te raadplegen zijn. U zult dan éénmalig de vraag krijgen accoord te gaan met de gebruiksvoorwaarden van deze site.

Einde van de militaire bestemming

Eerst iets over de laatste jaren van de Ommerschans als militair object. Aan het begin van de 19e eeuw vond er nog regelmatig onderhoud plaats aan de Schans, zo lezen we in de kranten van die tijd.

Zo vond er in 1796 een aanbesteding plaats van uitgebreide herstellingen aan de Schans, zoals het “opmaaken van diverse Batterijen, verdiepen van  Gragten en het op nieuws bevloeren van een der Pulver magazynen”. Hieruit kunnen we opmaken dat er in die tijd buskruit was opgeslagen in de Schans.


Groninger Courant 21 juni 1796   bron: www.depher.nl

Detail uit een kaart van 1750. Nummer D is het arsenaal. Dit is vermoedelijk het pulvermagazijn. In groen aangegeven het stuk vesting wal dat in 2015 is hersteld. Nummer A is de woning van de Commandant, waar mejuffrouw de weduwe van den Bergh waarschijnlijk gewoond heeft. bron: bibliotheek Universiteit van Utrecht, inv.nr.652

In 1800 zien we de aanbesteding van het zesjarig onderhoud der Aardewerken van de Ommerschans.


Ommelander Courant 24 -10-1800    bron: www.delpher.nl

In 1808 zien we de aanbesteding van het leggen van een aarden dam in de buitengracht van de Ommerschans, ter vervanging van de oude en af te breken brug.


Groninger Courant 29 juli 1808    bron: www.delpher.nl

De laatste aanbesteding vond ik in 1809, van het 6-jarig onderhoud van de Rijks Brandspuit in de Ommerschans.


Ommelander Courant 21 juli 1809    bron: www.delpher.nl

Waarschijnlijk heeft de Ommerschans omstreeks 1810 haar functie als “Lands Magazijn” verloren.

Onlangs stuitte ik in het Historisch Centrum Overijssel op “het dossier Piel” (toegang 0522). Een niet ontsloten stuk archief zonder enige toelichting. Ik dacht (en hoopte) dat het om “onze” Albert Piel zou gaan, de veldwachter uit Balkbrug die na zijn pensionering veel onderzoek in de archieven heeft gedaan en daaruit het nodige op schrift heeft gesteld.

Ik kreeg toestemming het dossier in te zien. Het bleek niet veel materiaal te zijn, maar wel groot van formaat! Het waren een aantal kadastrale kaarten en een paar getekende kaarten van de Ommerschans. En het meest opmerkelijke is dat de getekende kaarten niet van Albert Piel zijn, maar van zijn opvolger in geschiedschrijving, Jacob Drent. In zijn boek “bijdrage tot de geschiedenis van de gemeente Avereest” heeft Drent een fraaie tekening van de Ommerschans omstreeks 1850 geplaatst. Het origineel van deze tekening vond ik in dit dossier. Maar ook vond ik er een soortgelijke tekening van de Ommerschans, getekend door Drent naar een kadasterkaart uit 1815. En hierop is de vergelijking met de kaart uit 1750 opmerkelijk groot!

Kaart Ommerschans door Jacob Drent (plm 1970) naar kadasterkaart 1815  bron: HCO toegang 0522

Op deze kaart ligt Balkbrug links en Ommen rechts. In groen zijn de twee aarden wallen aangegeven die in 2015 zijn hersteld. De plattegrond van gebouwen is exact gelijk aan die van 1750. Aan de grillige vorm van de binnengracht en buitengracht herken je dat de Schans haar functie als verdedigingswerk al lang heeft verloren. Deze kaart geeft goed de situatie weer hoe de Schans er bij lag toen in 1820 de eerste bedelaars arriveerden.

de zoektocht naar mejuffrouw de weduwe van der Berg

In 1811 is in een aantal Overijsselse gemeenten een heel gedetailleerde volkstelling uitgevoerd. Zo ook in de gemeente Ommen, onder leiding van maire (burgemeester) Johannes Amama Chevallerau. Enige tijd geleden heb ik dit register voor de buurtschap Avereest al online gezet op www.bonmama.nl. Gelukkig staan de transcripties van de overige wijken ook op internet, op de website van Joke Koot uit Ommen. Daar vond ik de huishouding van Jacobus van der Berg, commies van ’s Rijks Magazijn op de Ommerschans. Het bijzondere van deze volkstelling is dat bij elke persoon de namen van zijn of haar ouders is weergegeven en ook waar deze wonen of woonden en of ze nog in leven zijn. Hieronder de afbeelding van de betreffende bladzijde uit de volkstelling. Van den Berg woont daar met een omvangrijke huishouding op adres Stad Ommen nummer 86. Hij is volgens deze registratie 62 jaar oud en geboren op 5 mei 1749. Zijn ouders zijn Matthijs van den Berg en Maria Jordaan en beide zijn overleden te Haarlem. Zijn vader was blikslager van beroep.

Volkstelling 1811 Stad Ommen, Historisch Centrum Overijssel toegang 0022.1 inv.nr.192

Matthijs is gehuwd met Johanna Pijper. Zij is geboren in 1784 en met haar 27 lentes maar liefst 35 jaar jonger dan haar echtgenoot! Ze hebben samen twee jonge kinderen. Maar er woont ook een oudere dochter van Jacobus –Maria- uit een eerder huwelijk met een zekere Lena Piters. Maria is geboren in 1778 en dus 6 jaar ouder dan haar stiefmoeder! We lezen in dit blad dat Maria weduwe is van Hendrik Jansen, van wie ze zes kinderen heeft, waarvan de jongste nog geen jaar oud is. Hendrik moet dus nog niet lang overleden zijn.

Tot slot zien we Hendrik Pijper, de vader van Johanna Pijper, die drie jaar jonger is dan zijn schoonzoon. En dan woont er nog Helena van den Berg, buitenechtelijke dochter van een Maria van den Berg die overleden is.

Maar hoe zit het dan met “mejuffrouw de weduwe van den Berg”? Is dat Johanna Pijper? Is Jacobus van den Berg overleden tussen 1811 en 1819?
Jawel, dat is hij. We vinden zijn overlijden in Ommen op 18 november 1812 op de locatie Ommerschans nr 86; hetzelfde huisnummer als in de volkstelling een jaar eerder. Hij is dan “gepensioneerd Garde Magazijn”, zoon van Matthijs van den Bergh.

Met een beetje speurwerk is de doop van Jacobus van den Berg in Haarlem te vinden.

Doopboek Gereformeerde kerk Haarlem 1749-1775 pag. 11 met doop Jacobus van den Berg   bron: zoekakten.nl

Verder vinden we in Amsterdam zijn ondertrouw met Lena Pieters op 10 juni 1873. Hij komt uit Haarlem en zij komt uit Swartsluijs.

Ondertrouw Jacobus van den Berg    bron: DTB Amsterdam 618 pag. 399   zoekakten.nl

Dochter Maria is gedoopt te Amsterdam op 19 maart 1775, dus drie jaar eerder dan aangegeven in de volkstelling. Andere kinderen heb ik nog niet gevonden. Ook het overlijden van Lena Pieters heb ik niet gevonden. Wel is bekend wanneer Jacobus van den Berg naar de Ommerschans kwam. Hij is als lidmaat ingeschreven bij de N.H. kerk van Oud Avereest op 10 juli 1798, komende uit Haarlem. De naam van zijn vrouw staat er niet bij en dus was hij vrijwel zeker weduwnaar toen hij op de Schans zijn intrek nam.

Lidmatenboek Oud Avereest     bron: HCO toegang 0199.1 inv.nr.16

Het jaar ervoor, op 1 december 1797, is zijn dochter Maria in Amsterdam in ondertrouw gegaan met Hendrik Jansen. Het opmerkelijke in de acte is dat beide aankomende echtelieden verklaren dat hun beider ouders overleden zijn. Dit is een vreemde vergissing, want als ze op 20 januari 1799 in de Westerkerk in Amsterdam hun eerste zoon Jacobus Johannis laten dopen, is vader Jacobus van den Berg getuige. Hij komt dan dus speciaal voor de doop van de Ommerschans naar Amsterdam.

Niet lang daarna zijn dochter en schoonzoon naar de Ommerschans gekomen, want daar worden vier van vijf resterende kinderen geboren. Eén wordt er in 1806 op Rabberinge geboren. Ze worden allemaal gedoopt in de N.H. kerk te Oud Avereest.

In de volkstelling van 1811 zien we alle kinderen staan, maar Maria van den Berg is dan weduwe. We vinden het overlijden van haar man Hendrik Jansen in het register van aangegeven lijken te Stad Ommen op 15 October 1810.

De weduwnaar Jacobus van den Berg trouwt op 21 mei 1806 voor het stadsgerecht van Ommen met Johanna Pijpers. Zij is afkomstig uit Dalen en woont in 1806 op de Belt onder Uelsen in de graafschap Bentheim, waar haar huwelijk ook wordt afgekondigd.

Huwelijk Ommen 1806   bron HCO Zwolle toegang 0124 Inv.Nr. 459

Ze krijgen drie kinderen die alle drie gedoopt worden in de kerk te Oud Avereest. De oudste, zoon Hendrik, wordt 20 februari 1807 gedoopt, precies 9 maanden na de sluiting van hun huwelijk.

In de volkstelling van 1811 ontbreekt deze Hendrik. Vrijwel zeker is hij voordien overleden. Ik heb hem echter nog niet in een begraafregister gevonden, hoewel die vanaf 1806 ogenschijnlijk strikt werd bijgehouden.

We zien in de volkstelling dat Johanna’s vader ook bij hen in huis woont. Hij heet Hendrik Pijpers, zoon van Berend Pijpers en Grietje Hof. Hij is 65 jaar oud en daarmee is de schoonvader van Jacobus van den Berg slechts drie jaar ouder dan hemzelf.

En dan zitten we nog met Helena van den Berg, geboren op 29 september 1799, volgens de volkstelling een dochter van een Maria van den Berg die voor 1811 overleden is. Wat is haar relatie met Jacobus?

Helena wordt volwassen en ze trouwt op 19 juli 1821 in Ambt Ommen met Hendrik Harms. Om te trouwen moet ze een geboortebewijs overleggen en dat kan ze niet, want haar geboorte is niet in een doopboek te vinden. Toch is ze in de gemeenschap van Avereest bekend en daarom wordt een zevental getuigen opgetrommeld om te verschijnen voor de vrederechter te Ommen, Jozephus Petrus Johannes de Quaij. Het zijn zeven landbouwers die allen al lang wonen in de Veldhoek. Onder hen bekende namen als Jan Andries Takke en Frens Roelofs. Zij verklaren dat zij Helena van den Berg, dienstmaagd, woonachtig in de Veldhoek, allen zeer goed kennen en wel weten dat zij voor circa twee en twintig jaren op de Ommerschans gemeente Stad Ommen geboren is “en dat zij de natuurlijke dochter is van een zekere Dina van den Berg die dadelijk na de geboorte van haar kind stil is weg gegaan zonder dat men weet waar heen en zonder dat men immer weder iets van haar gehoord heeft”.

De verklaring roept de nodige vragen op. Waarom is zij niet gedoopt? Er zijn in die jaren wel degelijk buitenechtelijke kinderen gedoopt. En waarom draagt ze de naam van den Berg? Toen ze ter wereld kwam op de Ommerschans was Jacobus van den Berg, weduwnaar, een jaar in dienst. Was moeder Dina van den Berg een dochter van Jacobus? In dat geval had het kind toch gewoon gedoopt kunnen worden? En waarom heet die Dina van den Berg in 1811 bij de volkstelling nog Maria van den Berg?
Toch ligt het voor de hand dat de kleine Helena een kleindochter van Jacobus is, want zijn eerste echtgenote heette immers ook Helena. Dan is het kind keurig naar haar grootmoeder genoemd.

Hendrik Harms en Helena van den Berg wonen tot ca 1832 in de nieuwe veenkolonie die later de naam Dedemsvaart krijgt. Ze krijgen daar vijf kinderen waarvan er twee jong overlijden. Daarna vertrekken ze naar Zuidwolde, waar Helena in 1838 overlijdt kort na de geboorte van een zoon.

Een getrouwde weduwe

Terug naar mejuffrouw de weduwe van den Berg, zoals ze in 1819 door graaf Johannes van den Bosch wordt beschreven. Zij blijft in 1812 na het overlijden van Jacobus van den Berg achter met twee kleine kinderen. En zo wonen er twee weduwen met samen 8 kinderen in het voormalige commandeurshuis op de schans. De twee vrouwen zijn stiefmoeder en stiefdochter en de stiefdochter is 9 jaar ouder dan haar stiefmoeder...

Maar de situatie is nog niet bizar genoeg! In het voorjaar van 1814 kondigt zich gezinsuitbreiding aan. De stiefdochter, Maria van den Berg, is zwanger. En de vader is bekend, want op 8 november 1814 sloft de 70-jarige Hendrik Berends, arbeider, woonachtig op de Ommerschans, naar het stadhuis in Ommen om de geboorte aan te geven van een jongen, die de naam Berend krijgt. Hendrik verklaart dat hij de vader is en dat hij het kind heeft ontvangen van Mietje van den Berg, weduwe van Hendrik Jansen. Wel bijzonder is dat de geboorte 2 maand eerder, op 8 september, heeft plaats gevonden. Kennelijk heeft Hendrik de nodige moed moeten verzamelen om de gang naar Ommen te maken.

Maar wie is dan deze Hendrik Berends? We komen hem weer tegen als zijn zoon, Berend, in 1836 in Ruinen trouwt met Hillichjen Hendriks Bloemberg. In de huwelijks-bijlagen vinden we een verklaring, ook nu weer gedaan ten overstaan van de vrederechter te Ommen, waarin een aantal notabele inwoners van Ommen verklaren dat zij deze Hendrik Berends zeer wel gekend hebben en dat hij omtrent 20 jaren geleden overleden en begraven is op de Ommerschans, maar dat men indertijd verzuimd heeft daarvan aantekening te maken in de registers der Burgerlijke Stand.

Moeten we dat echt geloven? Was het dan echt zo’n ongeregeld zooitje op de Schans?

Ik heb alle registers van de volkstelling 1811 nageplozen op de aanwezigheid van een Hendrik Berends. Een alledaagse naam zou je denken. Maar ik vind er niet één in Ommen. Vervolgens heb ik alle Hendriken één voor één bekeken en gecontroleerd of ze een vader hebben die de voornaam Berend heeft. En jawel, Eén bingo. Het is Hendrik Pijpers die op de Ommerschans woont, huis nummer 68, zoon van Berend Pijpers. Hij woont in 1814 onder één dak met Maria van der Berg. Sterker nog; hij is haar stief-opa. Hij is overleden op 29 maart 1815, een kleine zes maanden nadat de kleine Berend geboren is. Is dit een zeker bewijs? Neen. Maar wel een heel sterke aanwijzing. Ik zou er wel een DNA-testje onder de wederzijdse nazaten aan durven wagen.

Handtekening Hendrik Berends in de geboorteacte van zijn zoon Berend, Ommen 8 november 1814 (acte nr 71)    bron: www.familysearch.nl

Trouwens, in de overlijdensacte van Hendrik Berends Pijper valt wel iets op! Daar heet hij helemaal niet Hendrik Pijpers, maar Gerrit Pijpers. Maar hoe weten we dan zeker dat dit dezelfde persoon is?

Welnu, een maand later, op 27 april 1815, hertrouwt zijn dochter Johanna Pijpers, mejuffrouw de weduwe van den Berg, met Lambert van Blanken, een veen arbeider afkomstig uit Wanneperveen. Uit de huwelijksbijlagen blijkt duidelijk dat Johanna geboren is te Dalen, waar ze gedoopt is op 29 februari 1784, dochter van Gerrijd Pijpers en Grietje Hindriks.

doop van Janna Pijpers 29 februari 1784   bron: Drents Archief, doopboek Dalen DTB 31 pag. 72

Dus: de Janna of Johanna Pijpers die in 1815 de dochter is van Gerrijd Pijpers en Grietje Hindriks, verklaart vier jaar eerder bij de volkstelling de dochter te zijn van Hendrik Pijpers en Margaretha Pijpers.

Lambert van Blanken maakt deel uit van de eerste lichting veenarbeiders die vanuit Noordwest Overijssel en Zuidwest Friesland naar de nieuwe veenkolonie aan de Vaart van Van Dedem trekt. Hij strijkt neer op de Schans. Een maand voor zijn huwelijk is hij getuige bij de aangifte van het overlijden van zijn aanstaande schoonvader. Hij is dan al minimaal 4 maanden in de buurt, want op 24 augustus 1815 wordt hun eerste kind, dochter Margje, op de Ommerschans geboren. Op 16 augustus 1819 komt op de Schans dochter Geertje ter wereld, een paar dagen voordat Koning Willem I aan de Maatschappij van Weldadigheid het vruchtgebruik van de Schans geeft.

Het is wel bijzonder dat Johannes van den Bosch een beeld achterlaat van een oude weduwe, terwijl het in werkelijkheid om een 35-jarige getrouwde vrouw met vier jonge kinderen gaat. Sterker nog, als in 1822 het nieuwe grote bedelaarsgesticht op de Ommerschans gebouwd wordt door aannemer Eltje Nuis, worden er drie wijkmeesters aangesteld, die toezicht moeten houden op de veldarbeid door de bedelaars op de hoeves rond de Schans. Lammert van Blanken is één van hen en hij oefent deze functie uit tot 1838. Ze wonen in die tijd op het terrein van de Ommerschans en daar wordt in 1824 hun derde dochter geboren. Daarna verhuist hij met zijn vrouw naar “Dedemsvaart in de gemeente Ambt Hardenberg”. Dat is de streek tussen Sluis VII en Lutten. Alle drie dochters worden volwassen, trouwen en krijgen samen 15 kleinkinderen. Uiteindelijk verhuizen Lammert en zijn vrouw naar  Hasselt, waar Janna Pijpers in 1856 overlijdt, 72 jaar oud. Mejuffrouw de weduwe van den Berg overleeft Generaal Johannes van den Bosch ruim 12 jaar. Haar tweede echtgenoot Lammert van Blanken overlijdt in 1876 in Zwartsluis op de gezegende leeftijd van 91 jaar.

Nazaten van Jacobus van den Berg

Als we Helena van den Berg meerekenen dan tellen we 24 kleinkinderen bij Jacobus van den Berg, “de laatste commandant” op de Ommerschans . Er wandelen op onze planeet honderden nakomelingen, en zeker niet alleen in de buurt van de Schans.

We hebben de kinderen van dochters Maria van den Berg en Helena van den Berg al genoemd. Maria is al in 1824 overleden en Helena in 1838.

Uit het huwelijk met tweede vrouw Janna Pijpers had Jacobus twee kinderen, die we al aantroffen in de volkstelling van 1811. Dochter Maria Margreta van den Berg trouwt in 1830 in Avereest met Christian Friedrich Winter. Ze krijgen drie kinderen waarvan er twee jong overlijden. Maria overlijdt in Avereest in 1837 en het jaar erop hertrouwt Christiaan Winter met Jentien Alteveer. Die krijgen samen in Avereest nog 7 kinderen. In 1853 is Christiaan Winter opgepakt op verdenking van brandstichting in zijn eigen woning. Het jaar erop is het gezin vertrokken naar Hellendoorn.

Het andere kind van Jacobus van den Berg is zoon Matthijs. Op de Schans geboren in 1808. Hij groeit op in het gezin van zijn stiefvader Lammert van Blanken. In 1837 trouwt hij met Femmegien Wijkstra, dochter van Alle Jans Wijkstra, die onderdirecteur op de Ommerschans is. Als zijn stiefvader het jaar erop vertrekt van de Ommerschans, krijgt de dan 30-jarige Matthijs de functie van wijkmeester.

Register van ambtenaren op de Ommerschans 1840, met gezin Matthijs van den Berg.  bron: archief bestuursdienst Ommen-Hardenberg, toegang 501, inv. nr. 180

Korte tijd later wordt hij hoevenaar en in de jaren erna wisselt hij een paar keer tussen die functies. Ze krijgen 9 kinderen, waarvan de eerste drie in de gemeente Stad Ommen worden geboren, de volgende drie in Ambt Ommen, de zevende in Stad Ommen en de twee laatsten in Avereest, in Hoeve nummer 1, die tot 1854 bewoond is door wijkmeester Meine van der Heide. Het gezin van der Berg is dus meerdere malen verhuisd, maar altijd binnen de kolonie Ommerschans, die verspreid is over drie gemeentes.


De kolonie Ommerschans, verdeeld over drie gemeentes. Zie ook de bronnenpagina Ommerschans

Vijf kinderen van Matthijs van den Berg en Femmegien Wijkstra trouwen en krijgen samen tenminste 27 kinderen. Dochter Aaltje trouwt met Harm Wieten. Zij vertrekken omstreeks 1880 met hun 8 kinderen voorgoed naar Michigan in de Verenigde Staten.

Grafsteen Harm Wieten en Aaltje van den Berg, Borculo Cemetry, Ottawa County, Michigan USA. Bron: www.findagrave.com

Het DNA van de laatste commandant leeft voort

Jacobus Mathijssen van den Berg, de laatste commandant, of "Garde Magasin" op de Ommerschans, had als belangrijkste taak het kruit droog te houden. Maar ook in figuurlijke zin heeft hij zijn kruit niet verschoten. Zijn DNA leeft tot op de dag van vandaag in ruime mate voort. zijn genealogische kaart op bonmama.nl laat zijn relaties en kinderen zien, evenals een achttal links naar bronnen waarin zijn naam voor komt. Deze bronnen zijn direct op te roepen door de betreffende knop aan te klikken.
En als U op het parenteel icoon klikt (rood omcirceld in de afbeelding hieronder), dan krijgt U acht generaties nageslacht in beeld.

De Bedelaarskolonie

Jacobus van den Berg kon op zijn sterfbed in 1812 niet bevroeden wat zich op de 80 daaropvolgende jaren op zijn Ommerschans zou afspelen. Hij stierf met de gedachte dat het gedaan zou zijn met de Schans.

In dit verhaal laat ik zien hoeveel gegevens we al kunnen vinden over één familie. Wat staat ons dan te wachten onder de vele duizenden bewoners van de Schans die na Jacobus kwamen en gingen? Welnu, daar wordt hard aan gewerkt! Er zijn meerdere initiatieven en projecten om de archieven van de Maatschappij van Weldadigheid te ontsluiten. Voor zover het de Ommerschans betreft, kunt U de aanzet daartoe vinden op een recent gestarte webpagina, die U ondermeer kunt aanroepen via de website van Vereniging de Ommerschans, onder het kopje "stamboomonderzoek", of via www.bonmama.nl.

Het is onze ambitie om alle inschrijvingsregisters van de bedelaars online toegankelijk te maken en deze zo veel mogelijk te koppelen aan de centrale genealogische database, zoal U die ook achter de links in dit verhaal aantreft. Maar het zal niet alleen bij de inschrijvingsregisters blijven. Er zijn tal van bronnen waarmee het wel en wee op de Schans aan de vergetelheid zal worden ontrukt. 

Helmuth Rijnhart

De basis van dit verhaal is eerder gepubliceerd in "de Kroniek", het tijdschift van de Historische Vereniging Avereest

Reacties