Verhaal

17 december 1840 - Kostbaar reisje

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Meestal komt de Raad van Tucht bijeen een een of meerdere bedelaar-kolonisten te straffen. Maar er is ook reglement van tucht voor kolonist-huisgezinnen. Dat is bijvoorbeeld van toepassing op de hoevenaars en hun gezinnen. Vandaag staat de 14-jarige hoevenaarsdochter Maria Johanna Vossebelt voor de Raad. Zonder toestemming van de directie de wijde wereld in getrokken.

Raad van Policie en Tucht voor de Kolonisten Huisgezinnen
Zitting van Donderdag 17 December 1840 des avonds om 8 uur

Is gelezen een proces verbaal van den Onderdirecteur Buiten van heden, houdende kennis geving dat Maria Johanna Vossebelt, Dochter van de Hoevenaar J. Vossebelt, die op den 27 Junij L.L. zonder voorkennis van de Plaatselijke Directie de Kolonie heeft verlaten, en gaan dienen is bij den Boekhouder Bosma aan het 3e Gesticht Veenhuizen, onlangs bij hare ouders is terug gekomen, mitsdien verzoekende dat gezegde M.J. Vossebelt ingevolge het Reglement van Policie en Tucht voor Kolonisten Huisgezinnen door den Raad van heden mogt worden gestraft.
Meergemelde M.J. Vossebelt ten gevolge gedane oproeping voor den Raad verschenen zijnde, en ter zake zijnde gehoord , heeft zij te kennen gegeven, dat zij in het denkbeeld was gebragt, dat de Vrouw van den Boekhouder Bosma permissie voor haar bij den Adjunct Directeur te Ommerschans had aangevraagd, of dat haar Vader in deze de Reglementaire  bepalingen zoude hebben opgevolgd, mitsdien verschoning van Straf verzoekende.

Men laat haar aftreeden en gezegd naar huis te kunnen gaan.
De Raad in aanmerking nemende dat de verhoorde slegts den ouderdom van 14 Jaar heeft bereikt , en alzoo geacht kan worden noch niet met de Koloniale Reglementen te zijn bekend, en dat ten aanzien van dezulken, der zelver Ouders voor daden als de Onderwerpelijke verantwoordelijk diende te zijn.
Heeft beslooten
Onder nadere goedkeuring der Permanente Commissie, de Hoevenaar Vossebelt ter zake van het begane verzuim, wegens het niet aanvragen van verlof, voor meergemelde zijne Dochter, te straffen, met het verlies van een halve weeksalaris ad Fl 2,37 1/2.

Niemand op rondvraag van den Voorzitter iets meer te verhandelen hebbende, wordt de vergadering geslooten.

Aldus gedaan op dato alsboven, was getekend, A. Hulst (adjunct directeur), J.F. Krieger (onderdirecteur binnen), P. Postema (onderdirecteur van den landbouw), J. van Blokland (hoevenaar) en H. Nak (hoevenaar), alle Leden van den Raad. In Kennisse van mij, Stous (secretaris).

Jan Vossebeld

Hoevenaar Jan Vossebeld is op 1 juni 1783 gedoopt in het Overijsselse Diepenveen. Op 13 december 1806 trouwt hij met Aaltjen Wagenvoorde, de 34 jarige weduwe van kastelein Berend Hendrik Meijer. Ik heb geen kinderen uit dit huwelijk gevonden. Aaltje overlijdt in 1819, waarop Jan Vossebeld, inmiddels zelf kastelein, op 3 juni 1820 hertrouwt met Johanna Willemina Derksen.

In Deventer krijgt het stel tot 1830 zeven kinderen. In deze periode heeft Vossebeld het beroep van bouwman (landbouwer): kennelijk heeft hij het beroep van kastelein op moeten geven.

Op 5 mei 1832 is het gezin ingeschreven in de vrije kolonie Frederiksoord, ingezonden door de subcommissie Deventer van de Maatschappij van Weldadigheid. Ze worden geplaatst in Hoeve nr 82 van de kolonie Frederiksoord aan de tegenwoordige Jongkindt Conincklaan te Boschoord. Aan deze weg staan anno 2017 nog een aantal kolonistenwoningen, maar nr 82 is volgens de site koloniehuizen van het Drents Archief inmiddels afgebroken. Op dit adres is op 1 april 1833 het achtste kind geboren.

We mogen er van uitgaan dat Jan Vossebelt zich al snel positief heeft onderscheiden van mede-kolonisten, want na ruim een jaar na aankomst, op 9 augustus 1833, verhuisde het gezin naar Ommerschans, waar Jan was aangesteld als hoevenaar. En zo vinden we het gezin Vossebeld in de Post van Weldadigheid op een overzicht van "de sterkte" (het aantal personen) in de buitenkolonie: de landbouwkolonie rondom het bedelaarsbesticht Ommerschans.

We zien hier dat het gezin Vossebeld (de bovenste in de categorie bouwboeren) 10 personen telt. Het mag gerust uitzonderlijk worden genoemd dat alle acht kinderen leven! En het blijft niet bij acht. Op 25 maart 1835 wordt nummer negen geboren.
We zien dat het kind in de gemeente Ambt Ommen ter wereld komt in het Varsenerveld. Aan de geboorte act is niet af te leiden dat de familie Vossebelt iets met de Ommerschans heeft uit te staan. Bij onderzoek naar personen in de Ommerschans is het van belang te weten dat de kolonie op het grondgebied van drie verschillende gemeentes ligt. Dat is weliswaar niet zo lastig als de situatie in de Vrije Koloniën en Veenhuizen, waar we de personen moeten zoeken in vijf gemeentes in drie verschillende provincies, maar toch: voor je het weet zoek je je een breuk zonder resultaat, temeer daar de Burgerlijke Stand van de gemeentes Stad Ommen en Ambt Ommen nog niet volledig ontsloten is.
In de hoevenaars registers van Ommerschans is helaas niet eenduidig vastgelegd in welk hoeve nummer de hoevenaars zijn gehuisvest. Daar komt nog bij dat de hoeves in 1838 hernummerd zijn. Gelukkig is van die situatie een kaartje met namen, de oude en de nieuwe nummers bewaard gebleven. En daarop zien we dat Vossebelt in 1838 is gehuisvest op hoeve nummer 16. Zoals we ook de kaart hierboven kunnen zien, is dat inderdaad op het grondgebied van de gemeente Ambt Ommen.

In datzelfde jaar 1838 wordt het gezin Vossebelt gecompleteerd met het tiende kind, ook binnen de gemeente Ambt Ommen. Echter, later dat jaar slaat ook het noodlot toe, als de oudste zoon, de 17-jarige Teunis Hendrik, overlijdt. Jan Vossebelt doet zelf aangifte van het overlijden.
Getuige Mathijs van den Berg is ook hoevenaar. Hij is een zoon van de laatste commandant van Ommerschans uit de tijd dat Ommerschans nog een verdedigingswerk was.

Het overlijden van de oudste zoon komt als een mokerslag binnen,zo lezen we in een brief van Vossebelt aan de Permanente Commissie van 21 december 1838. 
Aan de Permanente Commissie  der Maatschappij van Weldadigheid.

Ik ondergetekende Jan Vossebelt, landbouwer, wonenende op hoeve No 18 te Ommerschans, neem de vrijheid, ter kennis der Permanente Commissie te brengen dat op den 16den April 1838, mijne vrouw is bevallen, van een ongelukkig kind, hebbende eene dubbelde hazenmond, zoodanig verschrikkelijk, dat mij door eenige menschenvrienden is geraden, mij naar Zwolle te geven, en aldaar te beproeven of door chirurgikale hulp, iets aan de mond van dit ongelukkig kind was te doen, het welk ik alsdan ook, met verlof van den Heer Adjunct Directeur der Kolonie heb gedaan, met dat gevolg, dat na een verblijf van twee maal zes dagen en twee operatien, de mond van mijn kind, wat het uiterlijke aangaat, zoo goed mogelijk is geholpen.
Inde de maand october l.l. heb ik het ongeluk gehad mijn 17 jarigen zoon Hein, na eenigen tijd ongesteld geweest te zijn, te moeten verliezen, hetwelk mij zoowel finaciele schade, als in de uitoeffening mijner bezigheden als landbouwer veel nadeel heeft veroorzaakt. De onvermijdelijke kosten, van verpleeging en behandeling van mijn kind bedragen den aanzienlijken som van Fl 74,80 als:
aan den Heelmeester: Fl 50,=
aan den Logementhouder, voor Kost en inwoning van twee mensen en een kind gedurende 12 dagen: Fl 24,=
aan den apothecar: Fl 0,80
totaal: Fl 74,80

Daar ik eene huishouding heb met negen kinderen, en slechts een inkomen van Fl 4,75 per week, zoo moet ik bekennen in de onmogelijkheid te zijn, om deze buitengewone onkosten te voldoen weshalve ik genoodzaakt ben, dit adres in te dienen aan de Permanente Commissie, met verzoek dat zij mij moge toestaan eene gratificatie van Fl 49,80, terwijl de heer A. Sandberg, Burgemeester van de Gemeente Ambt Ommen, mij heeft aangeboden eene som van Fl 25,= ter gemoetkoming in de kosten van behandeling en verpleging van mijn kind.

't welk doende zal de Permanente Commissie wel doen.
Haar gehoorzaame dienaar
J. Vossebelt
Ommerschans, den 21 december 1838

Ik heb nog niet moeite gedaan om in de notulen van de Permanente Commissie, die niet digitaal online staan, na te trekken of Vossebelt de gevraagde gratificatie heeft gekregen. In de brief zien we dat het gezin op hoeve nr 18 woont. Dat komt niet overeen met wat ik hieroven aan gaf bij het kaartje. De reden is dat in 1838 de hoeven hernummerd zijn.
Hier zien we dat hoeve nummer 18 in de nieuwe nummering inderdaad overeen komt met nummer 16 in de oude nummering.

En dan staat dochter Maria Johanna vandaag voor de Raad van Tucht, nadat ze uit Veenhuizen terug is gekomen van haar eerste dienstje bij boekhouder. Zij komt met de schrik vrij. Bijzonder is wel dat vader Jan Vossebelt niet voor de Raad wordt gehoord. Feitelijk is het meer bijzonder, dat het voorstel aan de Permanente Commissie, de helft van zijn weekloon in te houden als straf, in de notulen van de Raad wordt vastgelegd. Want deze disciplinaire maatregel valt buiten het reglement van tucht. Toch fijn dat men het wel gedaan heeft: het geeft ons weer een inkijkje in het leven op de Schans.

En ze leefden nog...

Op 9 Oktober 1845 trouwt dochter Hermanna Lamberdina Vossebelt met Johan Hendrik Hilkemeijer, een uit Amsterdam afkomstige kolonist uit Frederiksoord. 

Jan Vossebelt en zijn vrouw zijn bij het huwelijk aanwezig en ondertekenen de akte.
De strakke handtekening van de 62-jarige Vossebelt verraad niet dat hijzelf zes weken later zelf zal overlijden.
We zien dat het de buurmannen Mathijs van den Berg en Antonij Hakkert, hoevenaars op hoeven nrs 17 en 19, die "zoals het hoort" de aangifte van het overlijden doen.

Opvallend is dat Naatje Dirksen, de weduwe, op Hoeve 18 blijft wonen. In vergelijkbare gevallen zien we dat er snel een nieuwe hoevenaar wordt aangewezen. Hier lijkt het er op dat Naatje het met haar zoon Jan Willem rooit, en met een paar ingedeelde kolonisten, zoals Reinier van Nispen, bekend van het boek "de kinderkolonie". Ze blijft op de Hoeve wonen tot 1857. In dat jaar krijgt Jan Willem ontslag en vertrekt de weduwe Vossebelt met haar jongste zoon Derk Jan -met de hanzenmond- terug naar Frederiksoord. In 1866 krijgt ze ontslag uit de Maatschappij en overlijdt uiteindelijk ze in Assen in 1890, 92 jaar oud. Derk Jan overlijdt -ongehuwd- in Steenwijkerwold op 62-jarige leeftijd.

Maria Johanna Vossebelt

Dochter Maria Johanna tenslotte, de hoofdpersoon van vandaag. Zij trouwt in 1848 te Deventer met molenmaker Jan Kleinbussink. Ze krijgen samen vier kinderen die alle vier volwassen worden en huwen. Dat maakt Jan Kleinbussink echter allemaal niet mee: hij overlijdt al in 1855. Een jaar later hertrouwt Maria Johanna Vossebelt met Nicolaas Schlijckelman, met wie ze nog eens 10 kinderen krijgt, waarvan 1 doodgeboren en die verder bijna allemaal jong overlijden, op één zoon na. Zo heeft Maria Johanna vijf kinderen die voor nageslacht zorgen. Ze is dan ook royaal grootmoeder als ze in 1905 te Deventer overlijdt, in haar 80e levensjaar.

Reacties