Nieuwsbericht

Bedelaarskolonie De Ommerschans

Op 26 mei 2013 is het nieuwe boek "de Bedelaarskolonie" verschenen. In deze uitgave vertelt schrijver Wil Schackmann over de ontstaansgeschiedenis van de Ommerschans bij Balkbrug.

Tijdens de tweede koloniedag in Frederiksoord op 26 mei 2013 heeft de nieuwste publicatie van schrijver Wil Schackmann het levenslicht gezien. Na het succes van het boek "de proefkolonie", waarin Schackmann de ontstaansgeschiedenis van Frederiksoord en de andere zogenaamde vrije kolonieën belicht aan de hand van de gedetailleerde verslagleggingen van de Maatschappij van Weldadigheid, is er nu de geschiedenis van de Ommerschans. In dit boek, geschreven in dezelfde stijl als "de proefkolonie", brengt Schackmann de vroegste geschiedenis van de Bedelaarskolonie tot leven. Het grote verhaal van de Ommerschans is dat Johannes van den Bosch, stichter en voorman van de Maatschappij van Weldadigheid, al snel na de aftrap van het sociale experiment in Frederiksoord (1818) moest concluderen dat deze formule niet het allesomvattende antwoord zou zijn voor het oplossen van de overlast die de armoede in de onderste sociale laag in de Nederlanden met zich mee bracht.

Daar waar de vrije kolonieën er op gericht waren dat gezonde gezinnen met een gezonde werkopvatting die buiten hun schuld tot armoede waren vervallen, weer terug zouden worden gebracht in de Maatschappij, was er een veel grotere groep Nederlanders waarbij er allerminst sprake was van een gezonde werkopvatting. Daar zou de vrijwillge basis die -in elk geval op papier- essentieel was voor toelating tot de vrije kolonieën, niet werken. Daarom was er een grote behoefte aan instellingen waar bedelaars verplicht naar toe zouden kunnen worden gestuurd. Weliswaar waren er in diverse grote steden werkhuizen voor bedelaars, maar de kosten van deze huizen was hoog en de capaciteit was niet berekend op de omvang van het bedel vraagstuk in deze tijd. Van den Bosch becijferde dat hij voor een veel lager bedrag per bedelaar de opvang zou kunnen regelen en hij sloot met Koning Willem I een contract voor de opvang van 1.000 bedelaars voor het bedrag van 35.000 gulden per jaar.

Op deze basis verrees in 1821 in de Ommerschans het voor dat moment grootste gebouw van de Nederlanden, met een buitenafmeting van 99x99 meter; twee verdiepingen hoog, met 30 zalen waarvan er 24 bestemd waren om onderdak te bieden aan de duizend bedelaars. Het gebouw had een binnenplaats van 85x85 meter, dat door middel van een hekwerk verdeeld was in twee gelijke delen, waardoor de mannen en de vrouwen gescheiden werden -ook als twee bedelaars als echtpaar binnen de poort werd gebracht-. Op de hoeken van het pand en in het midden van de lange zijden waren de woningen van de bewakers -de zaalopzieners- en hun gezinnen, gesitueerd. In deze woningen waren de gaarkeukens waar voor de eigen zaal het eten voor ruim 40 man werd gekookt.

Van den Bosch had begroot dat hij de kosten beperkt kon houden tot 35 gulden (het werkhuis in Veerre rekende meer dan 200 gulden per persoon), doordat alle bedelaars zouden werken. Werken op de 22 Hoeves rondom de schans, of werken in de spinnerij, weverij of een van de andere ambachten op de Schans. De produkten die met deze arbeid verkregen zouden worden, zouden de andere bron van inkomsten worden.

Al snel bleek dat deze formule niet werkte, enerzijds omdat de Nederlandse gemeenten op grote schaal invaliden naar de Schans stuurden en anderzijds omdat er veel ongehuwde moeders en zwangere vrouwen op de Schans terecht kwamen. Daardoor lag het aantal productieve mensen veel te laag. Aanvankelijk hield de Maatschappij vast aan haar beginselen en stuurde men de invaliden retour naar de plaats van herkomst. Maar onder druk van de noden in de samenleving haalde Van den Bosch na vijf jaar bakzijl en stelde de Maatschappij haar uitgangspunten bij. Men zou in het vervolg ook onderdak bieden aan invaliden. Daar stond dan een ruime extra vergoeding tegenover. In 1858, een jaar voordat de Maatschappij de Ommerschans en haar inrichtingen in Veenhuizen aan de Staat der Nederlanden overdroeg, was meer dan 60% van de kolonisten invalide of mindervalide.

Afgezien van het grote verhaal, belicht Schackmann door middel van een groot aantal persoonlijke verhalen van bedelaars en ambtenaren hoe het er op de Ommerschans in de praktijk aan toe ging. Deze schrijfwijze brengt het leven van twee eeuwen terug naar bijna moderne proporties. Het draagt ook bij aan een genuanceerd beeld over het instituut de Ommerschans. De Ommerschans was "the place not to be", maar tegelijkertijd was het voor een groep mensen de best denkbare optie in de eerste helft van de 19e eeuw.

Schackmann's verhaal is een prachtige aansporing om in de enorme hoeveelheid informatie die bewaard is gebleven en die door het Drents Archief in razend tempo ontsloten wordt, op zoek te gaan naar je eigen familiegeschiedenis, of om bij te dragen aan het genuanceerde verhaal. Er waren bedelaars die razendsnel weg liepen uit de Schans, maar er waren er ook die smeekten om te mogen blijven...

Helmuth Rijnhart
http://debedelaarskolonie.nl/
http://www.bonmama.nl/ommerschans.html
http://www.deommerschans.nl/

Reacties

Wilt u dat de groepsbeheerder contact met u kan opnemen, registreer u dan eerst..